Dit is deel 2 over de communicatie-oorlog tussen Venetië en de Paus. Deel 1 staat hier.

Paus Paulus V

Paus Paulus V

Op 17 april 1606 opent paus Paulus V de aanval met het publiceren van het Interdict over Venetië. Daar is een aantal maanden met schermutselingen achter de schermen aan vooraf gegaan. Maar in april is het oorlog, een oorlog met woorden. Paulus V beveelt de publicatie van het Interdict, “op plechtige wijze in alle kerken op het moment dat het aantal kerkgangers het grootst is”, waarna het op de kerkdeuren moet worden aangeplakt. De regering van Venetië beantwoordt deze aanval met een strategie van ontkenning.

Een zwaar wapen

Een Interdict was een zwaar wapen. In het gebied waar een Interdict gold mochten geen missen of andere kerkelijke vieringen worden gehouden, en ook heilige sarcramenten zoals huwelijk en doop mochten niet meer worden verleend. Dat veroorzaakte niet alleen grote onzekerheid bij de gelovigen over hun zieleheil maar ook tal van praktische problemen. Als men niet voor de kerk kon trouwen, hoe zat het bijvoorbeeld dan met de wettelijke status van kinderen uit die verbintenis, en dus met hun erfrecht? Middeleeuwse pausen hadden het interdict met veel effect gebruikt, zo had bijvoorbeeld Innocentius III zowel de koning van Frankrijk als die van Engeland op de knieën weten te krijgen.

Paus Paulus V was een streng man, die het als zijn taak zag iedere inbreuk op kerkelijke rechten compromisloos te bestrijden. Dus toen hij kort na zijn verkiezing in 1605 geconfronteerd werd met de Venetiaanse wet op het kerkelijk eigendom en de arrestatie van de twee geestelijken besloot hij al snel dat zware wapen in te zetten. Hij hoopte dat angst onder de bevolking zou leiden tot onrust  en dat de leiders van de Republiek daarom snel zouden toegeven.

De Republiek huurt een adviseur in

Die leiders waren dat echter niet van plan. Behoud van het gezag van de Republiek was essentieel in een tijd dat de internationale positie van Venetië toch al was verzwakt. Een groep patriciërs, de Giovani (de “jongeren”), streefde naar het herstel van de Venetiaanse macht en had tegen 1605 een behoorlijke positie opgebouwd in de verschillende regeringscolleges. Leonardo Donato, in januari 1606 tot Doge gekozen, stond sympathiek ten opzichte van de Giovani. Toegeven aan de Paus met als gevolg verder verlies van macht en reputatie was voor hen onacceptabel. Zij spoorden de regering aan zich voor te bereiden op de strijd, onder andere door ambassadeurs het Venetiaanse standpunt aan buitenlandse vorsten te laten overbrengen. En ze zorgden ervoor dat de regering een “consultore” inhuurde voor juridisch en theologisch advies, een consultore die ook een bekwaam communicatiestrateeg zou blijken te zijn: Paolo Sarpi.

Een sober katholiek

Sarpi zou uitgroeien tot een omstreden persoon en is dat tot op de dag van vandaag gebleven. De één noemt hem “de grootste Venetiaan ooit” (**verw), de ander een duistere spin in het web die eigenhandig de Dertigjarige Oorlog heeft veroorzaakt en ook de hand had in de executie van Johan van Oldenbarnevelt. Die complottheoriën zijn overigens onwaar. Ook voor zijn tijdgenoten was Sarpi een belangrijk figuur. Sarpi was een monnik van de orde der Serviten, had niet alleen theologie maar ook oosterse talen en wiskunde gestudeerd en correspondeerde met geleerden en geestelijken in heel christelijk Europa, zowel katholieken als protestanten. Zo bezorgde hij Galileï informatie uit de Nederlanden over telescopen. Sarpi was katholiek, maar stond een soberder en democratischer kerk voor dan het Rome van de Contrareformatie. En Sarpi was vooral ook een Venetiaans patriot.

Brieven niet openen, alstublieft

Het antwoord van de Republiek op het Interdict is een verbod op publicatie. Dat verbod is gericht op de priesters, kloosterlingen en andere geestelijken in het Venetiaans gebied. Zij mogen het Interdict niet in de kerk voordragen en al helemaal niet op de kerkdeuren aanplakken. Om helemaal zeker te zijn verbieden De Tien de geestelijken zelfs om brieven uit Rome te openen. Deze moeten eerst -ongeopend- aan een vertegenwoordiger van de regering worden voorgelegd. Alleen brieven met een onschuldige inhoud worden doorgegeven.

Zo’n publicatieverbod lijkt naar hedendaagse maatstaven zinloos, vanuit Venetiaans perspectief was het dat niet. Een Interdict was alleen geldig als het officieel was gepubliceerd. Als je een pauselijk bevel niet had ontvangen kon je het ook niet opvolgen. Die publicatieplicht was ook vastgelegd in kerkelijke regels, en Sarpi haalde kerkelijke autoriteiten zoals Thomas van Aquino aan om te bewijzen dat de Paus zijn Interdict niet volgens de regels had gepubliceerd.

Het publicatieverbod levert overigens een communicatieprobleem op, want publiceren van een publicatieverbod zou natuurlijk juist de aandacht vestigen op de verboden publicatie! Daarom worden de instructies aan de geestelijken mondeling overgebracht. Een jezuïet die probeert een schriftelijke verklaring te krijgen door te wijzen op zijn slechte geheugen, krijgt als antwoord van de officiële boodschapper dat hij de boodschap desnoods de hele dag blijft herhalen totdat de jezuïet het begrijpt.

Een legale uitweg

Deze fase van de communicatie-oorlog is gericht op de geestelijken op Venetiaans gebied. Door het publicatie- en brievenverbod hebben zij een juridisch excuus om gewoon door te gaan met hun kerkelijk werk en hoeven zij niet in gewetensnood te komen: zij hebben immers de brieven uit Rome niet kunnen lezen! Een Benedictijner klooster gaat zelfs zo ver om alle brieven uit Rome ongeopend in een afgesloten kistje te bewaren tot het conflict voorbij is.

Venetië doet nog meer: zij dreigt elke priester die zou weigeren de mis op te dragen met de doodstraf en belooft tegelijk bescherming aan alle priesters die doorgaan met hun werk. Ook dit is vooral een communicatieve actie. Het kerkelijk recht bood namelijk de mogelijkheid niet aan een bevel van Rome te gehoorzamen in situaties van levensgevaar. Het biedt de geestelijken dus een legale uitweg. Velen van hen waren al trouw aan Venetië en maken daarom graag gebruik van deze uitweg. Maar dat geldt zeker niet voor allen. Sommige geestelijken zijn wel trouw aan de Paus, de Jezuïeten voorop.

De dreiging moet dus wel geloofwaardig zijn. Sommige kloosters worden omsingeld door wachters en weerspannige priesters krijgen bezoek van een officier, die dan bijvoorbeeld beloofde de priester “in een zak te binden en in de lagune te gooien”. Maar er is niemand geëxecuteerd. Venetië wilde geen martelaren. Jezuïeten en anderen die niet willen gehoorzamen worden verbannen.

Opzichters van rustig en vreedzaam leven

Toch is de regering van de Republiek bang voor onrust onder de bevolking. Zij brengt soldaten bijeen om de orde waar nodig te handhaven. Dat levert weer een communicatieprobleem op: naar buiten toe moet immers het beeld worden gehandhaafd dat alles rustig is en normaal verloopt. Daarom benoemt de Senaat drie “Opzichters van rustig en vreedzaam leven”. In feite zijn dit politiefunctionarissen met een speciale brigade van 300 man. De orders aan de militaire commandanten op het vasteland worden mondeling doorgegeven, er mogen geen geschreven exemplaren circuleren.

Protest tegen de schrijfsels van de Paus

Uiteindelijk, in mei 1606 ziet de Republiek zich toch gedwongen een officiële verklaring uit te geven. Dat stuk staat bekend als de Protesto en is opgesteld door Sarpi. Ook de Protesto kan het Interdict natuurlijk niet met name noemen, en daarom heeft Sarpi het over de “schrijfsels” (scritture) van de Paus, die in strijd zijn met behoorlijk bestuur en tegen de goede adviezen van Venetië aan de Paus ingaan. De Protesto legt verder de nadruk op de consensus binnen Venetië en de zorg van de Republiek voor het welzijn van haar bevolking. Daarom moet iedereen met haar gewone bezigheden doorgaan, speciaal ook met de missen en andere kerkelijke zaken.

Luisterrijke missen

De Republiek werkt ook aan de beeldvorming door bijzondere aandacht voor kerkelijke vieringen en processies. De Doge bezoekt openlijk de missen en nodigt de ambassadeurs van buitenlandse mogendheden daarvoor uit. Kerkelijke feesten zoals Sint Marco en Allerheiligen worden met buitengewone pracht en praal gevierd. Speciaal processies gaan gepaard met groot uiterlijk vertoon. Dat heeft een dubbele boodschap: alles verloopt normaal, en: Venetië is goed katholiek. Wat patriciërs privé ook mogen geloven, de republiek wil iedere schijn van ketterij vermijden. De ambassadeurs worden uitgenodigd om die boodschap naar buitenlandse relaties over te brengen. De ambassadeur van de Duitse Keizer merkt enigszins vilein op “dat de Paus die processies had moeten zien, zo schitterend waren ze”.

De boodschap van de regering van Venetië is dus dat alles normaal verloopt en dat er geen Interdict is. Een boodschap in de eerste plaats gericht op de eigen bevolking. En een boodschap die niet bedoeld is om gebeurtenissen te beschrijven, maar om behalve het beeld ook de gebeurtenissen zelf te bepalen.

De eerste slag van de Paus is dus geen succes. Maar Paulus V en zijn medewerkers zullen het er niet bij laten zitten.

Vervolg in deel 3.

Tags: , , , , ,

Leave a Reply

You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>